Feyenoord geanalyseerd: Hoe staat de club er momenteel voor?
Vier punten uit twee wedstrijden. Op papier is er weinig reden tot ongerustheid voor Feyenoord. De Rotterdammers begonnen het seizoen met een 0-1 overwinning bij Sparta en hielden daar in De Kuip een 2-2 gelijkspel tegen Go Ahead Eagles aan over. Daarmee staat Feyenoord voorlopig in de brede subtop van de Eredivisie, op slechts enkele punten van de kop.
Toch vertelt de ranglijst na twee speelrondes maar een klein deel van het verhaal.
In Rotterdam ligt de lat namelijk hoger dan vier punten uit twee wedstrijden. Feyenoord wil opnieuw een serieuze aanval doen op de landstitel, terwijl de club zich tegelijkertijd voorbereidt op een nieuw Champions League-avontuur. De terugkeer van Giovanni van Bronckhorst heeft bovendien voor een duidelijke verwachtingssprong gezorgd.
De eerste conclusie na twee wedstrijden is daarom dubbel: Feyenoord heeft voldoende kwaliteit om een titelkandidaat te zijn, maar speelt voorlopig nog niet als een kampioensploeg.
Van Bronckhorst moet opnieuw bouwen
De terugkeer van Van Bronckhorst is zonder twijfel een van de belangrijkste gebeurtenissen van de zomer. De oud-speler en voormalig trainer van Feyenoord keerde terug naar De Kuip nadat Robin van Persie was vertrokken.
Van Bronckhorst kent de club als weinig anderen. Hij weet wat er in De Kuip wordt gevraagd, kent de druk van een topclub en heeft bovendien al bewezen dat hij Feyenoord naar prijzen kan leiden.
Maar zijn grootste voordeel is tegelijkertijd zijn grootste uitdaging: de verwachtingen zijn onmiddellijk hoog.
Bij een trainer die de club opnieuw moet leren kennen, zou een opbouwjaar gemakkelijker te verdedigen zijn. Van Bronckhorst krijgt die luxe nauwelijks. Feyenoord heeft zich gekwalificeerd voor de Champions League en beschikt over een selectie die op papier tot de beste van Nederland behoort.
De trainer moet dus tegelijkertijd bouwen én presteren.
Dat proces is in de eerste twee speelrondes duidelijk zichtbaar.
Sparta: goed resultaat, nog geen statement
De 0-1 overwinning bij Sparta was precies het soort resultaat dat je aan het begin van een seizoen graag meeneemt. Een uitwedstrijd in een Rotterdamse derby is lastig, zeker wanneer een ploeg nog niet volledig is ingespeeld.
Feyenoord won en hield de nul.
Dat klinkt misschien weinig spectaculair, maar het zijn juist dit soort wedstrijden die gedurende een lang seizoen belangrijk worden. Een titelkandidaat hoeft niet iedere week met drie of vier doelpunten verschil te winnen. Soms is één doelpunt genoeg.
Tegelijkertijd was de wedstrijd geen overtuigend statement. Feyenoord had fases waarin het de wedstrijd naar zich toe trok, maar liet ook zien dat het aanvalsspel nog niet volledig op elkaar is afgestemd.
Dat is logisch. Van Bronckhorst werkt met nieuwe spelers, nieuwe automatismen en een selectie die in de zomer behoorlijk in beweging is geweest.
De overwinning gaf Feyenoord vooral rust.
De wedstrijd tegen Go Ahead Eagles zou vervolgens een eerste kans zijn om te laten zien dat de ploeg daadwerkelijk stappen had gezet.
De 2-2 tegen Go Ahead is een waarschuwing
Daar ging het mis.
Feyenoord stond in De Kuip met 2-0 voor en leek de wedstrijd onder controle te hebben. Uiteindelijk werd het 2-2. Voor een neutrale toeschouwer misschien een vermakelijke wedstrijd, maar voor Feyenoord is het vooral een gemiste kans.
Juist thuis moet een ploeg die om het kampioenschap wil spelen dergelijke wedstrijden winnen.
Het probleem zit niet alleen in het resultaat. Een voorsprong weggeven kan altijd gebeuren. Het gaat vooral om de manier waarop een wedstrijd na een comfortabele voorsprong wordt uitgespeeld.
Een volwassen topploeg voelt op zo’n moment dat de wedstrijd moet worden gecontroleerd. Het tempo kan omlaag, de ruimtes moeten kleiner worden en de tegenstander moet gedwongen worden steeds grotere risico’s te nemen.
Feyenoord slaagde daar onvoldoende in.
Dat maakt de 2-2 interessanter dan alleen een verloren overwinning. Het is een eerste aanwijzing voor een structureel aandachtspunt: hoe goed is Feyenoord in het controleren van wedstrijden?
Dat zal gedurende het seizoen een van de belangrijkste vragen worden.
De aanval biedt vertrouwen
Er is namelijk ook genoeg positiefs te melden.
Feyenoord creëert kansen en heeft aanvallend verschillende wapens. Ayase Ueda blijft een belangrijk aanspeelpunt in de spits en vanuit het middenveld is er voldoende dynamiek om aanvallen te ondersteunen.
Daarnaast is er individuele kwaliteit aan de zijkanten en beschikt de ploeg over spelers die in kleine ruimtes iets kunnen creëren.
Dat is belangrijk, want een ploeg die kampioen wil worden moet niet alleen afhankelijk zijn van één type aanval.
Feyenoord moet kunnen scoren uit combinaties, omschakelingen, standaardsituaties en individuele acties. De eerste wedstrijden geven in ieder geval geen aanleiding om te denken dat het aanvallend vermogen het grootste probleem gaat worden.
De vraag is eerder hoeveel van die mogelijkheden uiteindelijk worden omgezet in doelpunten.
Tegen Sparta was één doelpunt genoeg. Tegen Go Ahead waren er twee nodig geweest om de wedstrijd definitief te beslissen.
Daar ligt een les.
Het middenveld moet de controle brengen
Als Feyenoord dit seizoen daadwerkelijk een stap vooruit wil zetten, ligt een groot deel van de verantwoordelijkheid bij het middenveld.
Daar moet de balans ontstaan tussen aanvallen en verdedigen.
Een ploeg als Feyenoord kan zich permitteren om veel risico te nemen, maar alleen wanneer er achter de bal voldoende organisatie staat. Zodra de bal wordt verloren, moet de ploeg onmiddellijk kunnen omschakelen. En wanneer Feyenoord eenmaal leidt, moet het middenveld in staat zijn om de wedstrijd dood te maken.
Nieuwe spelers zoals Charles Vanhoutte kunnen daarin een belangrijke rol krijgen. Tegelijkertijd zal Van Bronckhorst moeten bepalen welke combinatie op het middenveld het beste werkt.
Dat is één van de redenen waarom de eerste maanden van het seizoen zo belangrijk zijn.
De trainer moet niet alleen zijn beste elf vinden. Hij moet ook ontdekken welke spelers elkaar aanvullen.
De selectie is breed, maar nog niet volledig ingespeeld
Feyenoord heeft deze zomer geprobeerd de selectie opnieuw vorm te geven. Er kwamen verschillende nieuwe spelers bij en tegelijkertijd werd gewerkt aan het terugbrengen van de omvang van de spelersgroep.
Dat laatste is begrijpelijk.
Een selectie van meer dan veertig spelers is moeilijk bestuurbaar. Spelers die nauwelijks spelen kunnen ontevreden raken en voor een trainer wordt het lastiger om duidelijke rollen uit te delen.
Een kleinere selectie kan juist voor meer duidelijkheid zorgen.
Maar daar staat een ander risico tegenover: Feyenoord speelt dit seizoen niet alleen in de Eredivisie.
De Champions League zorgt voor een veel zwaardere kalender. Spelers zullen rust nodig hebben, blessures zullen onvermijdelijk ontstaan en Van Bronckhorst zal moeten rouleren.
Daarom is het niet alleen belangrijk wie de beste basiself is. De echte vraag is hoeveel kwaliteit Feyenoord op de bank heeft.
Champions League maakt het seizoen anders
De Europese verplichtingen kunnen het seizoen van Feyenoord maken of breken.
Financieel is deelname aan de Champions League enorm belangrijk. Sportief biedt het spelers de kans om zich op het hoogste niveau te meten. Maar tegelijkertijd kan Europees voetbal punten kosten in de Eredivisie.
Een Europese wedstrijd op dinsdag of woensdag wordt vaak gevolgd door een lastige uitwedstrijd in de competitie. Dan komt het aan op fitheid, mentale weerbaarheid en de kwaliteit van de wisselspelers.
Dat is precies waarom Feyenoord de komende maanden meer nodig heeft dan een goede basiself.
Van Bronckhorst moet een selectie creëren waarin twaalfde, dertiende en veertiende man niet als noodoplossingen worden gezien, maar als volwaardige onderdelen van de ploeg.
Als dat lukt, kan Feyenoord profiteren van zijn Europese ervaring.
Als dat niet lukt, kan de Champions League juist ten koste gaan van de titelambities.
Feyenoord moet vooral naar PSV en Ajax kijken
De huidige ranglijst zegt na twee speelrondes nog weinig. De verschillen zijn klein en één overwinning kan een club meerdere plaatsen laten stijgen.
Daarom is het belangrijker om naar de ontwikkeling van Feyenoord te kijken dan naar de positie van vandaag.
PSV en Ajax blijven de belangrijkste concurrenten. PSV begint het seizoen bovendien als landskampioen, terwijl Ajax en Feyenoord allebei opnieuw zullen proberen om de Eindhovense dominantie te doorbreken.
Feyenoord hoeft na twee wedstrijden dus niet bovenaan te staan.
Maar rond oktober moet wel duidelijk zijn dat de ploeg zich daadwerkelijk tot de titelkandidaten mag rekenen.
Dan moeten de automatismen zichtbaar zijn.
Dan moet de verdediging stabieler zijn.
Dan moet het middenveld wedstrijden kunnen controleren.
En vooral: dan moeten wedstrijden zoals Feyenoord-Go Ahead niet meer uit handen worden gegeven.
De echte test komt later
Het zou overdreven zijn om na twee wedstrijden grote conclusies te trekken.
Feyenoord heeft vier punten. Dat is geen slechte start.
Bovendien heeft de ploeg in beide wedstrijden fases laten zien waarin duidelijk werd waarom zij tot de Nederlandse top behoort.
De basis is er.
Maar een kampioenschap wordt niet gewonnen op basis van potentie.
Het wordt gewonnen op basis van consistentie.
Dat is precies waar Van Bronckhorst de komende maanden aan moet werken. Feyenoord moet leren om wedstrijden waarin het beter is ook daadwerkelijk te winnen. Het moet leren om voorsprongen te verdedigen. En het moet een manier vinden om de Europese belasting te combineren met een constante prestaties in de Eredivisie.
Dat proces zal bepalend worden voor het seizoen.
Oordeel: titelkandidaat, maar nog geen favoriet
Als Feyenoord vandaag opnieuw aan het seizoen zou moeten beginnen, zou je de club zonder twijfel tot de titelkandidaten rekenen.
Maar voorlopig is er nog onvoldoende bewijs om Feyenoord als dé favoriet aan te wijzen.
De ploeg heeft kwaliteit, een ervaren trainer en de financiële en sportieve mogelijkheden om een lang seizoen goed door te komen. Daar staat tegenover dat het elftal nog niet volledig in balans is en dat de eerste twee wedstrijden al een gebrek aan wedstrijdcontrole hebben blootgelegd.
De 0-1 bij Sparta was nuttig.
De 2-2 tegen Go Ahead was een waarschuwing.
Samen vertellen die wedstrijden eigenlijk precies waar Feyenoord momenteel staat: sterk genoeg om mee te doen, maar nog niet stabiel genoeg om de concurrentie af te schudden.
Van Bronckhorst heeft dus geen crisis te bezweren. Hij heeft iets interessanters te doen: een ploeg met veel mogelijkheden ombouwen tot een ploeg die iedere week levert.
Als hem dat lukt, kan Feyenoord dit seizoen serieus om de landstitel strijden én zich Europees laten gelden.
Als de ploeg echter wedstrijden blijft weggeven zoals tegen Go Ahead, zal Feyenoord vooral achter de feiten aanlopen.
De conclusie na twee speelrondes is daarom helder:
Feyenoord is een titelkandidaat. Maar de komende maanden moeten uitwijzen of het ook een kampioensploeg wordt.
The post Feyenoord geanalyseerd: Hoe staat de club er momenteel voor? appeared first on Voetbal4U.com Voetbalnieuws | Transfers, Eredivisie & Internationaal voetbal |.
